Tips voor rijden op de gewone weg

Hoe gaat u om met mist en hoe kunt u uw auto winterklaar maken?
1. Controleer uw banden regelmatig.
Voer het volgende onderhoud regelmatig uit: Zorg dat uw banden op spanning zijn. De juiste bandenspanning wordt verstrekt door de autofabrikant en staat meestal aan de binnenkant van het tankklepje, de binnenzijde van de deurpost of de deur of in het dashboardkastje. De juiste spanning staat ook in het instructieboekje. Het getal op de zijkant van de band heeft niets te maken met de aanbevolen bandenspanning; het is de maximale spanning die de band kan verdragen. U dient uw bandenspanning minstens één keer in de maand te controleren. Controleer de profieldiepte. Voldoende profieldiepte helpt slippen, aquaplaning en klapbanden voorkomen.
2. Matig uw snelheid.
Te langzaam rijden kan gevaarlijk zijn, maar als u in moeilijke weersomstandigheden, zoals mist, regen, sneeuw of verblindende zon, moet rijden, moet u uw snelheid verlagen. Haast u niet en blijf geduldig.
3. Word een goede nachtrijder.
's Nachts rijden kan prettig zijn als u zich bewust bent van de extra alertheid die het verminderde zicht vereist. Enkele zaken zijn van belang: schakel uw verlichting in tussen zonsondergang en zonsopgang. Schakel uw grootlicht uit en dimlicht in als een voertuig tot op 200 meter genaderd is, ook als u achter een ander rijdt. Als u 's nachts pech krijgt, zorg dan dat anderen uw auto kunnen zien en op tijd kunnen stoppen. Schakel de alarmlichten in. Ga zo mogelijk naast de weg staan. Stop niet net over een heuvel of na een bocht. Let goed op reflectiepaaltjes en andere hulpmiddelen om het verloop van de weg te volgen.
4. Wees u bewust van uw lichaamsgesteldheid.
U moet goed kunnen zien en horen, en u moet alert zijn en snel kunnen reageren. Rijd nooit als:
U alcohol gedronken hebt
U een geneesmiddel of medicijn hebt gebruikt dat sufheid kan veroorzaken
U onder invloed bent van drugs die uw rijvaardigheid of reactievermogen kunnen beïnvloeden
U erg moe bent
U overstuur bent; dit kan u onvoorzichtig maken.
5. Elk seizoen stelt speciale eisen.
U moet uw auto en banden ruimschoots van tevoren voorbereiden op de winter, maar ook op de andere seizoenen. Mist, hevige regenval, sneeuw, ijs en felle zon en warmte brengen allemaal speciale aanpassingen en onderhoud met zich mee. Bekijk onze wintertips en de sectie Onderhoud van banden op deze website voor meer informatie. Neem ook contact op met uw Goodyear-dealer.
6. Weet hoe u moet omgaan met mist.
U moet uw auto en banden ruimschoots van tevoren voorbereiden op de winter, maar ook op de andere seizoenen. Mist, hevige regenval, sneeuw, ijs en felle zon en warmte brengen allemaal speciale aanpassingen en onderhoud met zich mee. Bekijk onze wintertips en de sectie Onderhoud van banden op deze website voor meer informatie. Neem ook contact op met uw Goodyear-dealer.
7. Let extra op bij het rijden in de stad.
In steden en stedelijke gebieden vinden we het meeste verkeer en de grootste variëteit aan verkeer, van voetgangers, trams en fietsers tot straatvegers en vuilniswagens. Er is dus veel meer waarop u bedacht moet zijn. U moet goed letten op wat er voor, naast en achter u gebeurt.